⚡ In het kort
- Aan een Nederlandse speeltafel wordt vrijwel alle Magic-jargon in het Engels gebruikt.
- Deze lijst bevat ruim tachtig termen, gegroepeerd op waar je ze tegenkomt.
- Bovenaan staat een A-Z-index: klik op een term en je springt er direct naartoe.
- Zoek je uitleg over wat er op een kaart staat (flying, trample, ward)? Dat zijn keywords, en die staan in een eigen gids.
Je zit voor het eerst aan tafel en iemand zegt: "Ik ben mana screwed, dus ik durdle even. Heb jij nog removal voor die bomb?" Volledig Nederlands, op vier woorden na — en juist die vier bepalen de betekenis.
Magic-jargon is grotendeels Engels gebleven, ook hier. Dat is even wennen, maar het went snel. In deze woordenlijst zet ik alles op een rij wat je aan een speeltafel of in een webshop tegenkomt, met uitleg in gewoon Nederlands.
💡 Let op het verschil: deze lijst gaat over termen die spelers zeggen. Zoek je uit wat er op een kaart staat — flying, trample, deathtouch, ward — kijk dan in alle MTG keywords uitgelegd. Die twee vullen elkaar aan.
De tien die je als eerste moet kennen
Wil je niet de hele lijst door? Met deze tien red je je al in negen van de tien gesprekken:
Kaarten waarmee je iets van tafel haalt.
Alles wat je extra mana geeft.
Te weinig lands, dus vastlopen.
Een kaart die in z'n eentje wint.
Hoe je deck het potje wint.
Een kaart uit je deck opzoeken.
Alles van tafel vegen in één klap.
Je starthand teruggooien voor een nieuwe.
Kant-en-klaar deck uit een doosje.
De groep waarmee je speelt.
A-Z index
Klik op een term om er direct naartoe te springen.
B Battlefield · Bolten · Bomb · Bounce · Bracket · Brewen · Bulk
C Cantrip · Card advantage · Casten · cEDH · Chase card · Chumpblocken · Combat trick · Constructed · Counteren · Curling · Curve · Cutten
F Feel-bad · Filler · Fixing · Fizzelen · FNM
G Game Changer · Goldfishen · Grading · Graveyard
J Jank
K Keukentafel-Magic · Kingmaking
L Limited
M Mana dork · Mana flood · Mana rock · Mana screw · Meta · Mulligan
O Op curve
P Payoff · Playset · Pod · Precon · Prerelease · Proxy · Pubstomp · Pumpen
R Ramp · Rare drafting · Removal · Reprint · Reserved List · Response · Rotatie · Rule 0
S Saccen · Salt · Scoopen · Sealed · Silver bullet · Singles · Singleton · Spike (prijs) · Spike, Johnny & Timmy · Staple · Sweeper
T Table talk · Tappen · Tech · Tempo · The List · Topdecken · Tutoren
V Value · Value town
DEEL 1
Aan tafel
Wat je hoort tijdens een potje.
Battlefield — het gedeelde speelveld waar je lands, creatures en andere permanents liggen. In het Nederlands zegt vrijwel niemand "slagveld".
Bounce — een permanent terugsturen naar de hand van de eigenaar in plaats van 'm te vernietigen. Zachter dan removal, maar het werkt wel tegen indestructible.
Casten — een spreuk spelen door de manakosten te betalen. "Ik cast m'n commander." Let op: een land spelen is géén casten.
Chumpblocken — met een klein creature een grote aanvaller blokken, in de wetenschap dat je 'm kwijtraakt. Je offert een kaart om schade tegen te houden. Werkt niet tegen trample.
Combat trick — een instant die je midden in een gevecht speelt om het resultaat om te draaien, bijvoorbeeld door je creature groter te maken. De reden dat ervaren spelers altijd mana openhouden.
Counteren — een spreuk annuleren voordat hij oplost. De gecounterde kaart gaat naar de graveyard zonder ooit iets te doen. Hoe dat precies werkt, staat in de stack & priority uitgelegd.
Deck out — verliezen omdat je een kaart moet trekken terwijl je deck leeg is. Ook wel "decked" of "gemilld".
Fizzelen — een spreuk die niets doet omdat z'n doelwit intussen weg is. Je Lightning Bolt fizzelt als het creature al vernietigd is voordat de Bolt oplost.
Goldfishen — je deck in je eentje spelen zonder tegenstander, om te zien hoe het loopt. Je speelt tegen een denkbeeldige goudvis, die niets terugdoet.
Graveyard — je aflegstapel. Open en zichtbaar voor iedereen, en in veel decks veel belangrijker dan het klinkt.
Kingmaking — als een speler die zelf niet meer kan winnen bepaalt wie er wél wint, meestal uit frustratie. Aan een Commander-tafel geldt dit als slecht gedrag.
Mana flood — het omgekeerde van mana screw: je trekt alleen maar lands en hebt niets om te spelen. Even frustrerend.
Mana screw — vastlopen omdat je te weinig lands trekt. Je hebt een hand vol goede kaarten die je niet kunt betalen. De meest gehoorde klacht in Magic.
Mulligan — je starthand teruggooien en zeven nieuwe kaarten trekken, waarna je er één onderop je deck legt. Doe dit vaker dan je durft: een hand met nul of zeven lands ga je zelden winnen.
Op curve — elke beurt precies je mana gebruiken. Beurt twee een tweemana-kaart, beurt drie een driemana-kaart, enzovoort. "Ik speelde perfect op curve" betekent dat je geen mana verspild hebt.
Pumpen — een creature tijdelijk groter maken, meestal met een instant tijdens een gevecht.
Removal — verzamelnaam voor alles waarmee je iets van het bord haalt: vernietigen, exilen, terugsturen naar de hand. "Spot removal" richt zich op één doelwit, tegenover een sweeper die alles raakt.
Response, in — iets spelen terwijl er al iets anders op de stack staat. "In response op je removal pump ik m'n creature."
Saccen — van "sacrifice": zelf een permanent opofferen. Vaak als kosten voor een ability. Handig detail: saccen omzeilt indestructible en hexproof volledig, want het is je eigen keuze.
Scoopen — je kaarten bij elkaar vegen en opgeven, meestal als je toch niet meer kunt winnen. Netjes gedaan bespaart iedereen tijd.
Sweeper — een kaart die het hele bord opruimt. Ook wel board wipe of wrath genoemd, naar de klassieker Wrath of God. Onthou: een wipe raakt jouw creatures net zo hard.
Tappen — een kaart een kwartslag draaien om aan te geven dat hij gebruikt is. Untappen is het terugdraaien, wat aan het begin van je beurt automatisch gebeurt.
Tempo — wie er voorligt qua tijd en druk. Een tempo-zet levert je misschien geen kaarten op, maar wint je wel beurten.
Topdecken — precies de kaart trekken die je nodig had. "Hij topdeckte de removal." Ook wel gebruikt voor spelen met een lege hand: "we zitten allebei in topdeck-modus."
Tutoren — een specifieke kaart uit je deck opzoeken en naar je hand of het bord halen. Genoemd naar Demonic Tutor. Enorm krachtig, want het maakt je deck betrouwbaarder.
Whiffen — misgrijpen. Je zoekt naar iets in je deck en vindt niets bruikbaars.
DEEL 2
Deckbouw
Wat je hoort als het over decks gaat.
Aggro — een deck dat zo snel mogelijk wil winnen door vroeg aan te vallen. Naast aggro bestaan midrange, control en combo. Alle vier staan uitgewerkt in MTG deck-archetypes uitgelegd.
Archetype — het type deck dat je speelt, bepaald door hoe je wint. Aggro, control, combo, tokens, aristocrats en zo verder.
Bomb — een kaart die in z'n eentje een potje kan winnen als niemand er een antwoord op heeft. In Draft is een bomb pakken vrijwel altijd de juiste keuze.
Brewen — zelf een deck in elkaar knutselen, meestal iets origineels in plaats van een bekende lijst. Een "brew" is dus een eigen creatie. Zin om te beginnen? Zie een Commander deck bouwen vanaf nul.
Cantrip — een goedkope spreuk die je meteen een kaart laat trekken, en dus zichzelf vervangt. Handig om je deck soepel te laten lopen, maar het is geen echte card advantage.
Card advantage — meer kaarten tot je beschikking hebben dan je tegenstander. Eén kaart die er twee oplevert is card advantage; een cantrip die alleen zichzelf vervangt niet.
Curve — de verdeling van manakosten in je deck. Een goede curve betekent dat je elke beurt iets kunt spelen. Zit je curve te hoog, dan sta je de eerste beurten machteloos toe te kijken.
Cutten — een kaart uit je deck halen om ruimte te maken. "Wat cut ik hiervoor?" is de eeuwige vraag bij deckbouw.
De 99 — in Commander: de 99 kaarten naast je commander. "Zit die kaart in de 99 of is het je commander?"
Enabler — een kaart die je plan mogelijk maakt. In een sacrifice-deck is een sacrifice outlet je enabler: zonder die kaart draait de motor niet.
Filler — een kaart die er alleen in zit omdat je nog plek over had. Elk deck heeft er een paar; te veel is een teken dat je plan niet scherp genoeg is.
Fixing — kaarten die zorgen dat je de júiste kleuren mana hebt. Onmisbaar zodra je meer dan twee kleuren speelt.
Mana dork — een goedkoop creature dat kan tappen voor mana, zoals Llanowar Elves. Snelle ramp, maar kwetsbaar voor removal.
Mana rock — een artifact dat mana geeft, zoals Sol Ring of Arcane Signet. Duurzamer dan een dork, want de meeste removal richt zich op creatures.
Netdecken — een decklijst van internet overnemen in plaats van zelf bouwen. Wordt soms een beetje neerbuigend gebruikt, maar er is niets mis mee: het is een prima manier om te leren.
Payoff — de beloning voor het uitvoeren van je plan. Speel je veel creatures, dan is een kaart die je hele leger ineens dodelijk maakt je payoff.
Ramp — alles wat je méér mana geeft dan je normale één land per beurt. Let op het verschil met een eenmalige mana-burst: echte ramp blijft staan en werkt ook in je volgende beurten.
Silver bullet — een kaart die één specifiek probleem oplost en verder weinig doet. Vaak in het sideboard, of in een deck met veel tutors.
Singleton — één exemplaar van elke kaart, geen duplicaten. De kernregel van Commander, en de reden dat elk potje anders verloopt.
Staple — een kaart die in vrijwel elk deck van die kleur zit omdat hij simpelweg altijd goed is. Sol Ring is dé Commander-staple.
Tech — een verrassende kaart die specifiek tegen de verwachte tegenstand werkt. "Dat is leuke tech tegen graveyard-decks."
Value — meer uit een kaart halen dan hij kost. Een creature die bij binnenkomst iets vernietigt levert value: je krijgt twee dingen voor één kaart.
Wincon — afkorting van win condition: de manier waarop je deck het potje daadwerkelijk wint. Elk deck heeft er minstens één nodig, en twee of drie is verstandiger.
DEEL 3
Kaarten en verzamelen
Wat je tegenkomt in webshops en handelsgesprekken.
Alt art — een alternatieve illustratie van dezelfde kaart. Verzamelnaam voor borderless, showcase en soortgelijke varianten. Het verschil daartussen leg ik uit in alle MTG card treatments uitgelegd.
Bulk — kaarten die vrijwel niets waard zijn, meestal per kilo of per duizend verhandeld. Het overgrote deel van elke collectie is bulk.
Chase card — de kaart uit een set waar iedereen achteraan zit. Meestal een mythic met een mooie treatment en een stevige prijs.
Curling — het krom trekken van foils, doordat de folielaag anders op vocht reageert dan het karton eronder. Ook wel pringling genoemd. Sleeve je foils meteen; meer daarover in kaarten beschermen en bewaren.
Grading — een kaart professioneel laten beoordelen op een schaal van 1 tot 10, waarna hij verzegeld wordt in een houder. Loont pas bij kaarten van een paar honderd euro of meer.
Playset — vier exemplaren van dezelfde kaart, het maximum dat je in de meeste formats mag spelen. In Commander bestaat een playset niet, want daar is alles singleton.
Proxy — een vervangende kaart, bijvoorbeeld een geprint plaatje of een beschreven basisland, om een dure kaart te testen. Een proxy probeert niet echt te lijken — dat onderscheidt 'm van een counterfeit, waarvan de bedoeling wél misleiding is.
Rare drafting — in een draft een dure kaart pakken die je niet gaat spelen, puur voor de waarde. Aan een casual tafel prima, bij een serieus event niet zo netjes.
Reprint — een kaart die opnieuw wordt uitgebracht in een latere set. Vrijwel altijd goed nieuws voor spelers en slecht nieuws voor de prijs.
Reserved List — een lijst kaarten die Wizards in 1996 beloofd heeft nooit meer te herdrukken, waaronder de originele dual lands en Black Lotus. Permanente schaarste, dus een prijsvloer die zelden zakt.
Sealed — twee betekenissen. Als product: ongeopend, nog in de originele verpakking. Als format: een Limited-variant waarbij je zes pakjes opent en daar in je eentje een deck uit bouwt, zonder te draften.
Singles — losse kaarten, tegenover sealed product. Gericht singles kopen is bijna altijd goedkoper dan pakjes openen om één specifieke kaart te vinden.
Spike (prijs) — een plotselinge prijsstijging, meestal doordat een kaart ineens in een populair deck opduikt. Meer over hoe prijzen bewegen staat in hoeveel is mijn MTG-kaart waard?
The List — een wisselende verzameling herdrukken uit oudere sets die Wizards af en toe in Play Boosters stopt. Een leuke extra, en soms een verrassend waardevolle.
DEEL 4
Formats en events
Waar en hoe er gespeeld wordt.
Bracket — het officiële systeem van Wizards om het krachtniveau van een Commander-deck aan te geven, van 1 (Exhibition) tot 5 (cEDH). Bedoeld om het gesprek vooraf makkelijker te maken. Uitgewerkt in Commander (EDH) uitgelegd.
cEDH — competitive EDH: Commander op het scherpst van de snede, met geoptimaliseerde decks en potjes die vaak binnen een handvol beurten beslist zijn. Een compleet ander spel dan casual Commander.
Constructed — verzamelnaam voor formats waarbij je vooraf thuis een deck bouwt uit je eigen collectie. Het tegenovergestelde van Limited.
EDH — Elder Dragon Highlander, de oude naam voor Commander. Wordt nog steeds door elkaar gebruikt en betekent precies hetzelfde.
FNM — Friday Night Magic, de wekelijkse laagdrempelige speelavond in winkels wereldwijd. Bij ons in de buurt kun je onder meer terecht bij de adressen in MTG spelen in Maastricht & Limburg.
Game Changer — een kaart van de officiële lijst die een Commander-potje flink kan scheeftrekken, zoals Rhystic Study of Cyclonic Rift. Hoeveel je er speelt bepaalt mede in welke bracket je deck valt.
Limited — formats waarbij je je deck ter plekke bouwt uit pakjes die je op het event opent. Draft en Sealed vallen hieronder. Zie Draft uitgelegd.
Meta — kort voor metagame: welke decks er op dit moment het meest gespeeld worden. "Tegen dit meta is die kaart goed" betekent dat hij werkt tegen wat je verwacht tegen te komen.
Pod — de groep spelers aan één tafel, meestal drie of vier bij Commander. "Ik zoek nog een pod voor vanavond."
Precon — een preconstructed deck: kant-en-klaar uit een doosje, meteen speelbaar. Prima startpunt, en een goede basis om op door te bouwen. Welke de moeite waard zijn, lees je in de top 15 beste Commander precons voor beginners.
Prerelease — een event in het weekend vóór een nieuwe set officieel uitkomt, waarbij je als eerste met de nieuwe kaarten speelt. Meestal in Sealed-vorm en heel laagdrempelig.
Rotatie — het moment waarop de oudste sets uit Standard verdwijnen en niet meer legaal zijn. Raakt alleen Standard-spelers; Commander en Modern kennen geen rotatie.
Rule 0 — het gesprek vóór een potje Commander waarin je afstemt wat voor spel je gaat spelen: hoe sterk de decks zijn, of combo's mogen, en wat iedereen leuk vindt. Hoe je dat aanpakt staat in de ongeschreven regels van de speeltafel.
WPN — Wizards Play Network, het officiële programma voor winkels die Magic-events mogen organiseren. Een WPN-winkel kan prereleases en toernooien draaien.
DEEL 5
Slang en sfeer
De woorden die je nergens officieel terugvindt.
Bolten — iets afschieten met directe schade, genoemd naar Lightning Bolt. Ook al gebruik je een andere kaart, "ik bolt 'm" wordt gewoon begrepen.
Durdelen — bezig zijn zonder echt iets te bereiken. Je speelt van alles, je bord groeit, maar je komt geen stap dichter bij winnen. Bijna liefdevol bedoeld.
Feel-bad — een kaart of zet die technisch prima is, maar waar iedereen aan tafel chagrijnig van wordt. Mass land destruction is het schoolvoorbeeld.
Jank — een deck of kaart die objectief niet sterk is, maar wel ontzettend leuk. Als compliment bedoeld: "wat een heerlijke jank."
Keukentafel-Magic — spelen zonder toernooiregels, gewoon thuis met vrienden. Van kitchen table Magic. Voor veel spelers de leukste vorm die er is.
Pubstomp — met een veel te sterk deck aanschuiven bij een casual tafel. Je wint, maar niemand vindt het leuk. Het probleem dat Rule 0 moet voorkomen.
Salt — irritatie. Een "salty" speler is chagrijnig over hoe het potje loopt, en een kaart met een hoge "salt score" is er eentje waar mensen structureel gek van worden.
Spike, Johnny & Timmy — de drie spelerstypes die Wizards zelf gebruikt. Timmy wil grote, spectaculaire dingen doen. Johnny wil creatief zijn en zijn eigen combo bouwen. Spike wil winnen. De meeste mensen zijn een mengeling, afhankelijk van de dag.
Table talk — het onderhandelen en overtuigen aan een Commander-tafel. "Als jij hem aanvalt, laat ik jou met rust." Onderdeel van het spel, en een van de leukste dingen aan meerspelerpotjes.
Value town — de toestand waarin je deck onophoudelijk waarde genereert en je tegenstanders het niet meer bijhouden. "Ik zit lekker in value town."
Waarom is het allemaal Engels?
Een terechte vraag, want in de meeste hobby's vertaalt zich vanzelf wel iets. Bij Magic gebeurt dat nauwelijks, en daar is een goede reden voor: de regels staan letterlijk in het Engels op de kaart. Een creature met "flying" heet dan ook flying, niet "vliegend" — anders weet je bij een regelvraag ineens niet meer welk woord je moet opzoeken.
Daar komt bij dat vrijwel alle bronnen Engelstalig zijn: de officiële regels, Scryfall, EDHREC, de grote YouTube-kanalen. En de Nederlandse Magic-scene is klein genoeg dat er nooit een eigen woordenschat is ontstaan.
Praktisch gevolg: je hoeft je niet te schamen als je halve zinnen Nederlands-Engels spreekt. Iedereen doet het, en niemand kijkt ervan op.
💡 Tip van Omèr: mis je een term in deze lijst, of hoor je iets aan tafel waar je geen touw aan vast kunt knopen? Stuur me even een berichtje, dan voeg ik 'm toe. Deze lijst groeit met de hobby mee.
Klaar om zelf aan tafel te schuiven?
Bij SpellArmory vind je alles om te beginnen of uit te breiden — boosters, Commander-decks, sleeves en accessoires. Snel geleverd vanuit Maastricht, gratis afhalen op afspraak kan ook.
Lees ook:
- Hoe werkt Magic: The Gathering? De complete beginnersgids
- Alle MTG keywords uitgelegd
- Alle MTG deck-archetypes uitgelegd
- Commander (EDH) uitgelegd