In het kort
- Hier vind je 104 veelgebruikte Magic-termen, van removal en ramp tot precon en Rule 0.
- Gebruik de alfabetische index of kies een onderwerp. De belangrijkste tien staan hieronder.
- Spelregels, strategische begrippen en slang zijn niet hetzelfde: bij informele woorden kan de betekenis per tafel verschillen.
“Ik ben mana screwed. Heb jij nog removal voor die bomb?” Aan een Magic-tafel lopen Nederlandse zinnen en Engelse termen door elkaar. Als je begint, kan één onbekend woord genoeg zijn om het gesprek kwijt te raken.
Deze woordenlijst legt uit wat spelers bedoelen, met voorbeelden en extra uitleg waar een korte definitie misverstanden kan veroorzaken. Je hoeft de lijst niet uit je hoofd te leren: zoek een term op wanneer je hem tegenkomt.
Tip van SpellArmory
Zoek je een kaartkeyword zoals flying, trample, deathtouch of ward? Gebruik dan alle MTG-keywords uitgelegd. Deze woordenlijst richt zich op breder speljargon, spelzones, deckbouw en verzamelen.
Tien termen om mee te beginnen
Met deze woorden wordt een eerste gesprek over Magic een stuk duidelijker. Klik door voor de volledige uitleg.
Open de alfabetische A–Z-index
A Ability · Aggro · Alt art · Archetype
B Battlefield · Board wipe · Bolten · Bomb · Bounce · Bracket · Brewen · Bulk
C Cantrip · Card advantage · Casten · cEDH · Chase card · Chumpblocken · CMC · Combat trick · Combo · Commander · Constructed · Control · Counter · Counteren · Curling · Curve · Cutten
F Feel-bad · Filler · Fixing · Fizzelen · FNM
G Game Changer · Goldfishen · Grading · Graveyard
J Jank · Johnny / Jenny
K Keukentafel-Magic · Kingmaking
M Mana curve · Mana dork · Mana flood · Mana rock · Mana screw · Mana value · Meta · Midrange · Mill · Mulligan
O Op curve
P Payoff · Permanent · Playset · Pod · Precon · Prerelease · Pringling · Priority · Proxy · Pubstomp · Pumpen
R Ramp · Rare drafting · Removal · Reprint · Reserved List · Resolve · Rotatie · Rule 0
S Saccen · Sacrifice · Salt · Scoopen · Sealed · Silver bullet · Singles · Singleton · Spike · Spike, Johnny/Jenny en Timmy/Tammy · Stack · Staple · Sweeper
T Table talk · Tappen · Target · Tech · Tempo · The List · Timmy / Tammy · Token · Topdecken · Trigger · Tutoren
U Untappen
V Value · Value town
Snel zoeken? Gebruik Ctrl+F of Cmd+F op je computer, of “Zoek op pagina” in je mobiele browser. Alle definities staan zichtbaar op deze pagina.
Aan tafel: kaarten, acties en spelzones
Ability
Een vaardigheid van een kaart of ander spelobject. Sommige abilities werken voortdurend; andere activeer je door kosten te betalen of triggeren wanneer iets gebeurt. Een ability is niet hetzelfde als een spell.
Battlefield
Het gedeelde speelveld. Lands, creatures en andere permanents liggen hier. Een kaart in je hand, graveyard of command zone ligt niet op het battlefield.
Bounce
Een kaart terugsturen naar de hand van de eigenaar, meestal vanaf het battlefield. Dit is vaak tijdelijke removal: de kaart kan opnieuw worden gespeeld. Bounce vernietigt niet en kan daarom ook tegen indestructible werken.
Casten
Een spell op de stack leggen, de vereiste keuzes maken en de totale kosten betalen. Dat kan via alternatieve kosten of zonder manakosten. Een land spelen of een creature rechtstreeks op het battlefield leggen is geen casten.
Chumpblocken
Blokken met een creature dat waarschijnlijk sterft, vooral om schade tegen te houden. Tegen trample kan nog schade doorheen komen, maar de blocker kan wél een deel opvangen. Zonder andere effecten laat een 1/1 tegenover een 6/6 met trample maximaal 5 schade door.
Combat trick
Een spell of ability die tijdens combat onverwacht het gevecht beïnvloedt, bijvoorbeeld door een creature sterker te maken of te beschermen. Open mana kan daarop wijzen, maar hoeft geen combat trick te betekenen.
Counter: een teller
Een markering op een spelobject of speler, zoals een +1/+1-counter of poison counter. Een dobbelsteen kan die tellers zichtbaar maken. Dit is iets anders dan een spell counteren.
Counteren
Een spell of ability van de stack halen zodat die niet wordt afgehandeld. Een gecounterde kaart gaat gewoonlijk naar de graveyard; effecten kunnen dat wijzigen. Betaalde kosten krijg je niet terug en een eventuele cast-trigger kan nog steeds werken. Zie stack en priority.
Deck out
Verliezen doordat je een kaart moet trekken terwijl je library leeg is. Een lege library op zichzelf betekent normaal nog geen verlies. Millen kan tot deck out leiden, maar is niet hetzelfde.
ETB
Afkorting van enters the battlefield, vaak gebruikt voor een ability die triggert wanneer iets het battlefield betreedt. Bijvoorbeeld een creature dat bij binnenkomst een kaart laat trekken. Nieuwere kaarttekst gebruikt vaak kortweg “enters”.
Exile
Een aparte spelzone. Exilen is iets anders dan vernietigen of naar de graveyard sturen. Terughalen is vaak lastiger, maar een kaart in exile is niet per definitie voorgoed onbruikbaar; sommige effecten laten je haar terugbrengen of spelen.
Fizzelen
Informele term voor een gerichte spell of ability die niet wordt afgehandeld omdat alle targets ongeldig zijn geworden. Is minstens één target nog geldig, dan wordt die gewoonlijk zo ver mogelijk afgehandeld. Alleen één target kwijtraken is dus niet altijd genoeg.
Goldfishen
Je deck alleen testen, zonder dat een tegenstander ingrijpt. Je oefent bijvoorbeeld starthanden en de eerste beurten. Handig om je plan te leren, maar het laat niet zien hoe je deck op echte tegenstand reageert.
Graveyard
Je openbare aflegstapel. Hier belanden onder meer weggegooide kaarten, vernietigde permanents en veel afgehandelde spells. Iedere speler heeft een eigen graveyard. Kaarten daar zijn niet automatisch definitief uit het spel.
In response
Reageren op een spell of ability die op de stack ligt, voordat die wordt afgehandeld. Bijvoorbeeld: “In response bescherm ik mijn creature.” Op kosten betalen of een land spelen kun je niet op dezelfde manier reageren.
Library
Je verdekte trekstapel tijdens het spel. “Deck” kan je volledige decklijst bedoelen; “library” is de precieze spelzone waaruit je normaal kaarten trekt.
Mana flood
Meer lands of andere manabronnen trekken dan je op dat moment kunt gebruiken, terwijl je bruikbare spells mist. Je hoeft daarvoor niet letterlijk alleen maar lands te trekken.
Mana screw
Te weinig bruikbare mana hebben om je kaarten te spelen. Vaak komt dat door te weinig lands; bij color screw ontbreekt vooral de juiste kleur mana.
Mill / millen
Kaarten van de bovenkant van een library naar de graveyard verplaatsen. Bij self-mill doe je dat met je eigen kaarten. Millen is niet hetzelfde als kaarten trekken of discarden.
Mulligan
Je hele starthand terugschudden en een nieuwe trekken. Bij de London mulligan trek je normaal telkens zeven en leg je kaarten onderop gelijk aan het aantal genomen mulligans. In multiplayer telt de eerste mulligan hiervoor niet mee: die is gratis.
Op curve
Je manaontwikkeling goed benutten met plays die bij die beurt passen: bijvoorbeeld een tweemana-spell op beurt twee. Dat betekent niet dat je altijd al je mana moet uitgeven; mana openhouden kan juist verstandig zijn.
Permanent
Een kaart of token op het battlefield, zoals een land, creature, artifact of enchantment. “Permanent” betekent niet onverwoestbaar. Een creaturekaart in je hand is nog geen permanent.
Priority
Het recht om op dat moment een spell te casten, een ability te activeren of een speciale actie te nemen. Priority gaat tussen spelers rond; de timingregels blijven gelden. Zie stack en priority uitgelegd.
Pumpen
De power en/of toughness van een creature verhogen. Vaak tijdelijk met een combat trick, maar een pump-effect kan ook langer blijven bestaan. Een +1/+1-counter en “krijgt +1/+1 tot het einde van de beurt” zijn verschillende dingen.
Removal
Kaarten of effecten waarmee je dreigingen verwijdert of uitschakelt. Denk aan destroy, exile, bounce of een effect dat een creature onbruikbaar maakt. Spot removal pakt meestal één dreiging aan; een sweeper meerdere.
Resolve / resolven
Een spell of ability afhandelen wanneer iedereen achtereenvolgens past. Het bovenste object op de stack gaat eerst. Tijdens het resolven kun je normaal niet halverwege nog een spell casten om te reageren.
Saccen / sacrifice
Een permanent die je controleert vanuit het battlefield naar de graveyard van de eigenaar laten gaan. Dit is geen destroy, dus indestructible voorkomt het niet. Sacrificen target niet vanzelf; het effect dat ertoe dwingt kan wél een speler targeten.
Scoopen
Opgeven: je geeft de game gewonnen aan je tegenstander of verlaat het multiplayerpotje. De regels laten conceden op ieder moment toe. In Commander kan de timing gevolgen hebben voor de overige spelers; communiceer daarom duidelijk wat je doet.
Stack
De spelzone waar gecaste spells en de meeste geactiveerde en getriggerde abilities wachten. Wat er het laatst bovenop komt, wordt normaal het eerst afgehandeld. Lands spelen en mana-abilities werken anders. Zie de volledige stack-uitleg.
Sweeper / board wipe / wrath
Een effect dat veel permanents tegelijk opruimt, vaak creatures. Het hoeft niet álles te raken en kan eenzijdig of selectief zijn. Of indestructible helpt, hangt af van de werking: destroy is iets anders dan exile of -X/-X.
Tappen / untappen
Een permanent een kwartslag draaien / weer rechtleggen. Tappen gebeurt bijvoorbeeld als kosten of bij aanvallen. Je eigen permanents untappen normaal in je untap step, tenzij een regel of effect dat verhindert. Een permanent tapt niet bij iedere ability automatisch.
Target / doelwit
Een speler of spelobject dat je als doelwit aanwijst. Meestal herken je dat aan “target” in de tekst; sommige regels, zoals die voor Aura-spells, bepalen dit ook. “Alle creatures” target de afzonderlijke creatures niet.
Tempo
Voordeel in ontwikkeling, druk en het efficiënt besteden van je beurten en mana. Een dure creature bouncen met een goedkope spell kan tempo opleveren, ook zonder blijvend kaartvoordeel.
Token
Een spelobject dat meestal door een spell of ability wordt gemaakt, bijvoorbeeld een creature of Treasure. Het is geen gewone kaart uit je deck. Een token kan naar een andere zone gaan, maar houdt daar bij de volgende regelcontrole op te bestaan.
Topdecken
Een kaart van de bovenkant van je library trekken of daarmee spelen. “Wat een topdeck!” gaat meestal over een bijzonder nuttige kaart. In topdeck-modus heb je weinig of geen kaarten in je hand en ben je afhankelijk van je volgende draw.
Trigger
Een getriggerde ability die afgaat bij een beschreven gebeurtenis, herkenbaar aan “when”, “whenever” of “at”. Ze gaat doorgaans op de stack voordat iemand weer priority krijgt. Een trigger is geen ability waarvoor je zelf activeringskosten betaalt.
Tutoren
Je library doorzoeken naar een kaart die aan de omschrijving voldoet. Afhankelijk van het effect gaat die bijvoorbeeld naar je hand, bovenop je library, naar het battlefield of naar je graveyard. De bijnaam komt van kaarten zoals Demonic Tutor.
Whiffen
Niet het gehoopte resultaat vinden. Bijvoorbeeld als een effect de bovenste kaarten bekijkt en daar geen geschikte creature tussen zit. Het is slang, geen aparte spelregel.
Kaartvoorbeeld: één target of een board wipe?
Tip van SpellArmory
Vraag bij een regelvraag welke kaart wordt gebruikt. “Ik wipe het bord” vertelt nog niet of creatures worden vernietigd, geëxiled of iets anders. De echte kaarttekst bepaalt wat er gebeurt.
Terug naar de alfabetische index
Deckbouw: strategie en samenhang
Aggro
Een strategie die vroeg druk zet en snel wil winnen, vaak met goedkope aanvallers en directe schade. Meer over aggro, midrange, control en combo staat in de gids over deck-archetypes.
Archetype
Een herkenbare deckstrategie met verschillende mogelijke uitvoeringen. Dat kan een brede speelstijl zijn, zoals control, of een concreter plan, zoals tokens of sacrifice.
Bomb
Een uitzonderlijk sterke kaart die een potje sterk naar jouw hand kan zetten als niemand antwoord heeft. De term hoor je vooral bij Limited. Of je haar moet draften, hangt ook af van je kleuren, mana en deckplan.
Brewen
Zelf een deckidee uitwerken en testen. Een brew is zo’n eigen lijst of experiment. Dat hoeft niet volledig nieuw te zijn. Begin bijvoorbeeld met een Commander-deck bouwen vanaf nul.
Cantrip
Een spell die naast een ander effect een kaart laat trekken en zichzelf zo vaak vervangt. Dikwijls goedkoop, maar dat is geen vaste regel. Alleen jezelf vervangen geeft normaal geen netto kaartvoordeel; de rest van het effect kan dat wel doen.
Card advantage
Kaartvoordeel: meer bruikbare kaarten of gunstige kaartuitwisselingen overhouden. Eén kaart besteden om er twee te trekken is een eenvoudig voorbeeld. Met één removalspell twee kaarten van je tegenstander opruimen kan ook kaartvoordeel geven.
Combo
Kaarten of effecten die samen een bijzonder krachtige uitkomst opleveren. Een combodeck bouwt gericht naar zo’n combinatie toe. Niet iedere combo is oneindig of wint onmiddellijk.
Control
Een strategie die bedreigingen beantwoordt, resources opbouwt en het spel naar een gunstige latere fase probeert te brengen. Removal en counterspells kunnen daarbij helpen, maar niet ieder deck met zulke kaarten is een controldeck.
Curve / mana curve
De verdeling van mana values in je deck. Ze laat zien hoeveel goedkope en dure spells je speelt. Wat een goede curve is, hangt af van je strategie, format en beschikbare mana-opbouw.
Cutten
Bij deckbouw: een kaart uit je lijst halen om ruimte te maken. Aan tafel kan “cutten” ook het afnemen van een geschud deck betekenen. De context bepaalt welke betekenis wordt bedoeld.
De 99
Bij een Commander-deck met één commander: de 99 overige kaarten, inclusief lands. Bij een toegestaan duo commanders zijn het er 98. “Goed in de 99” betekent dat een kaart nuttig is zonder zelf je commander te zijn.
Enabler
Een kaart die een strategie mogelijk maakt of betrouwbaar laat werken. Een sacrifice outlet laat je bijvoorbeeld eigen creatures opofferen, zodat andere kaarten je daarvoor kunnen belonen.
Filler
Een minder belangrijke kaart die een plek opvult, bijvoorbeeld omdat je bij Limited betere opties mist. Wat filler is, hangt af van het deck: een bescheiden kaart kan precies de rol vervullen die jij nodig hebt.
Fixing
Zorgen dat je de juiste kleuren mana beschikbaar hebt. Een land dat meerdere kleuren kan leveren helpt met fixing, maar geeft niet automatisch méér mana. Een kaart kan zowel fixing als ramp zijn.
Mana dork
Een creature dat mana levert, meestal een goedkope zoals Paradise Druid. Zulke creatures helpen je sneller aan meer mana. Een tap-ability van een creature heeft wel met summoning sickness te maken.
Mana rock
Een artifact dat mana kan leveren, zoals Mind Stone of Fellwar Stone. Rocks zijn manabronnen die je naast je lands gebruikt. Welke kleuren ze geven en welke kosten ze vragen, verschillen per kaart.
Midrange
Een flexibele strategie met efficiënte dreigingen en antwoorden. Tegen een sneller deck kan ze verdedigen; tegen een trager deck juist druk zetten. De naam betekent niet simpelweg “alle kaarten kosten drie of vier mana”.
Netdecken
Een bestaande decklijst van internet overnemen of als vertrekpunt gebruiken. Dat kan helpen om een strategie te leren. Zelf begrijpen waarom de kaarten erin zitten blijft nuttig, ook als je de lijst niet zelf hebt bedacht.
Payoff
De beloning voor je deckplan. Maak je veel tokens, dan kan een kaart die ze allemaal versterkt een payoff zijn. Een enabler helpt het plan op gang; een payoff benut het resultaat.
Ramp
Je mana sneller laten groeien dan met alleen je normale land per beurt. Denk aan extra lands op het battlefield, mana dorks en mana rocks. Spelers gebruiken de term soms breder; een eenmalige mana-boost wordt vaak een ritual genoemd.
Silver bullet
Een gericht antwoord op een specifiek probleem, bijvoorbeeld een kaart tegen graveyards. Vooral nuttig wanneer je die tegenstand verwacht of de kaart kunt opzoeken. Buiten die situatie kan ze minder opleveren.
Singleton
Een deckbouwregel waarbij je normaal maximaal één exemplaar van elke kaartnaam speelt. Uitzonderingen hangen af van het format en de kaarttekst. In Commander zijn basislanden bijvoorbeeld uitgezonderd.
Staple
Een veelgebruikte kaart die in veel passende decks een nuttige rol vervult. “Staple” betekent niet dat ze in ieder deck verplicht of optimaal is. Sol Ring is een bekend Commander-voorbeeld.
Tech
Een gerichte kaartkeuze of aanpassing voor een bepaalde tegenstander of metagame. Bijvoorbeeld extra graveyard-interactie omdat je vaak tegen reanimatordecks speelt.
Value
Opbrengst uit je kaarten, mana en effecten. Bijvoorbeeld een creature dat ook een kaart laat trekken of iets verwijdert. De term is breder en minder precies dan card advantage; de context vertelt wat de speler bedoelt.
Wincon
Afkorting van win condition: de manier waarop je deck probeert te winnen. Dat kan één kaart, een combo of een plan zoals aanvallen met een groot leger zijn. Er bestaat geen vast verplicht aantal wincons.
Kaartvoorbeeld: mana dork, mana rock en fixing
Kaartafbeeldingen via Scryfall. Kaarten en illustraties © Wizards of the Coast en de betreffende illustratoren.
Terug naar de alfabetische index
Kaarten en verzamelen
Alt art
Een alternatieve illustratie van dezelfde kaart. Borderless, showcase en extended art beschrijven uitvoeringen, maar betekenen niet allemaal automatisch nieuwe art. Zie kaartuitvoeringen en treatments uitgelegd.
Bulk
Kaarten die vooral als grotere partij worden verhandeld, meestal met een lage individuele handelswaarde. Dat kan ook rares omvatten. Een lage prijs zegt niet automatisch dat een kaart onbruikbaar is in een deck.
Chase card
Een kaart of uitvoering waar veel kopers specifiek naar zoeken. Dat kan door speelbaarheid, art, schaarste of populariteit komen. Ze hoeft geen mythic te zijn en is niet gegarandeerd aanwezig in een boosterbox.
Curling / pringling
Het kromtrekken van kaarten, een verschijnsel dat vaak bij foils wordt besproken. Sleeves maken een kromme kaart niet vanzelf vlak. Meer over zorgvuldig bewaren staat in kaarten beschermen en bewaren.
Grading
Een gespecialiseerde partij laten kijken naar onder meer authenticiteit en conditie, met een beoordeling en doorgaans een afgesloten houder: een slab. Schalen verschillen; PSA gebruikt bijvoorbeeld 1–10. Of grading zinvol is, hangt af van kosten, conditie en je verzameldoel.
Playset
Meestal vier exemplaren van dezelfde kaart, naar de gebruikelijke limiet in veel Constructed-formats. Je kunt zo’n set ook als Commander-speler kopen, maar daardoor mag je niet ineens vier exemplaren in één singletondeck spelen.
Proxy
Aan casual tafels vaak een vervangende kaart of playtestkaart: spreek vooraf af of die welkom is. In gesanctioneerde toernooien heeft “proxy” een specifieke betekenis; alleen de Head Judge kan er onder de toernooivoorwaarden een uitgeven. Een counterfeit bootst een echte kaart na en kan voor echt worden aangezien.
Rare drafting
Tijdens een draft een kaart kiezen vanwege de zeldzaamheid of handelswaarde, in plaats van haar nut voor je draftdeck. Je weegt daarmee een verzameldoel af tegen de sterkte van je deck; het is geen maatstaf voor goed of slecht gedrag.
Reprint
Een kaart die opnieuw wordt uitgebracht, eventueel met andere art of in een andere uitvoering. Dat kan het aanbod vergroten. Het prijseffect is niet gegarandeerd: vraag, oplage en de specifieke editie spelen mee.
Reserved List
Wizards’ lijst met kaarten waarvoor het gepubliceerde herdrukbeleid functioneel identieke, toernooilegale fysieke herdrukken uitsluit. Digitale en bepaalde niet-toernooilegale uitvoeringen vallen buiten dat beleid. De lijst garandeert geen minimumprijs of toekomstige waarde.
Sealed
Als productomschrijving: ongeopend en nog verzegeld. Als spelvorm: Limited waarin je een deck bouwt uit je eigen geopende pool, normaal zes geschikte boosters plus basic lands. Het deck heeft normaal minimaal 40 kaarten; speciale varianten kunnen afwijken.
Singles
Losse kaarten, in tegenstelling tot sealed producten. Mijn advies: koop een gewenste kaart gericht als vooral die kaart je doel is. Boosters openen geeft geen zekerheid dat je haar vindt.
Spike: een prijsstijging
Een snelle, sterke prijsstijging. Mogelijke oorzaken zijn extra vraag, minder beschikbaar aanbod of speculatie. De stijging kan ook weer verdwijnen. Lees meer bij hoeveel is mijn MTG-kaart waard?
The List
De naam van een wisselende kaartselectie die onder meer als extra in Set Boosters en bepaalde Play Boosters verscheen, vaak met herdrukken. Het is geen gegarandeerd onderdeel van iedere nieuwe booster. Controleer de setinhoud; een bonuskaart wordt niet automatisch Standard-legaal.
Terug naar de alfabetische index
Formats, Commander en events
Bracket
In Commander: een van vijf optionele categorieën om verwachtingen rond decks en speelervaring af te stemmen. Het is geen exacte krachtmeting. Lees Commander Brackets uitgelegd of begin bij de Commander-basis.
cEDH
Competitive EDH: Commander met een competitieve insteek, efficiënte deckbouw en aandacht voor de metagame. Het gebruikt dezelfde basisregels en Commander-banlijst. Snelle wins zijn mogelijk, maar niet ieder potje is na een paar beurten voorbij.
Constructed
Formats waarin je vooraf een deck samenstelt volgens de regels van dat format. Voorbeelden zijn Standard, Modern en Commander. De vereiste deckgrootte en toegestane kaarten verschillen; Constructed betekent dus niet altijd een deck van 60 kaarten.
EDH
Elder Dragon Highlander, de oorspronkelijke naam van Commander. In gewone gesprekken bedoelen spelers met EDH en Commander hetzelfde format.
FNM
Friday Night Magic: het speelprogramma op vrijdag bij deelnemende WPN-winkels. Het aangeboden format verschilt per winkel. Kijk voor lokale mogelijkheden bij MTG spelen in Maastricht en Limburg en controleer de actuele agenda.
Game Changer
Een kaart op Wizards’ officiële Commander-lijst met invloedrijke kaarten. Die lijst ondersteunt de bracketafspraken en is geen banlijst. Het aantal Game Changers zegt niet op zichzelf hoe sterk of snel je hele deck is.
Limited
Spelvormen waarin je bouwt uit een beperkte kaartenpool voor die speelervaring, in plaats van een vooraf gekozen Constructed-deck. Draft en Sealed zijn bekende voorbeelden; Cube gebruikt een samengestelde pool. Zie Draft uitgelegd.
Meta / metagame
De decks, strategieën en keuzes die je verwacht tegen te komen. Dat kan gaan om grote toernooien, een lokale winkel of je eigen Commander-groep. “Goed tegen de meta” betekent: passend bij die verwachte tegenstand.
Pod
Een groep spelers die samen speelt of draft. Bij Commander bedoelt men vaak een tafel van vier; een draftpod bestaat vaak uit acht spelers. Het woord zelf legt geen vast aantal vast.
Precon
Afkorting van preconstructed deck: een vooraf samengesteld deck. Een Commander-precon bevat een compleet Commander-deck, maar niet iedere precon is voor Commander. Hulp bij kiezen staat in Commander-precons voor beginners.
Prerelease
Een evenement rond de introductie van een nieuwe set, vóór de algemene release. Vaak speel je Sealed met een Prerelease Pack. Exacte data en spelvormen verschillen per set en winkel; controleer de evenementinformatie.
Rotatie
Een verandering waarbij oudere sets uit de toegestane kaartpool van een roterend format verdwijnen. Standard is een bekend voorbeeld, maar niet het enige. Commander en Modern hebben geen setrotatie; bans kunnen hun legale kaartpool wel veranderen.
Rule 0
Het gesprek en de afspraken vóór een Commander-potje over speelervaring, decks en eventuele huisregels. Uitzonderingen vereisen instemming van de tafel. Praktische tips vind je bij de ongeschreven regels van de speeltafel.
WPN
Wizards Play Network: het officiële netwerk voor deelnemende winkels, met ondersteuning en programma’s voor georganiseerd Magic-spel. Het is geen algemene eis om thuis of buiten zo’n winkel Magic te mogen spelen.
Terug naar de alfabetische index
Slang en sfeer aan tafel
Deze woorden beschrijven ervaringen en gedrag. Het zijn geen officiële regels of objectieve etiketten voor je medespelers.
Bolten
Iets raken met Lightning Bolt, of losser gebruikt: met een vergelijkbare directe-schadespell. De bijnaam garandeert niet dat de gebruikte kaart precies drie schade doet; de echte kaarttekst bepaalt dat.
Durdelen
Veel handelingen verrichten zonder duidelijke vooruitgang richting een beslissende positie. Soms een grapje over het eigen deck, soms kritiek op traag spel. De toon en context maken verschil.
Feel-bad
Een moment dat voor iemand onbevredigend of frustrerend voelt, ook als alles volgens de regels gaat. Dat gevoel is persoonlijk: wat de ene groep graag speelt, vindt een andere groep onprettig.
Jank
Een ongewone, omslachtige of bewust minder efficiënte kaartcombinatie of deckstrategie. Het woord kan liefdevol of kritisch worden gebruikt. Het is geen objectieve beoordeling en betekent niet dat het deck nooit kan winnen.
Keukentafel-Magic
Informeel spelen met vrienden, vaak met de eigen collectie en zelfgekozen afspraken. De gewone spelregels blijven het vertrekpunt; eventuele afwijkingen spreek je samen af. Het is geen apart officieel format met één vaste decklijstregel.
Kingmaking
Een situatie waarin een speler die zelf nauwelijks nog uitzicht op winst heeft vooral bepaalt welke ander wint. Hoe de groep dat beoordeelt, hangt af van de omstandigheden. Niet iedere aanval op de leider is automatisch kingmaking.
Pubstomp
Met een veel sterker deck een tafel domineren die op een lager niveau rekent, vooral wanneer de verwachtingen bewust niet worden afgestemd. Eén grote overwinning of een onverwacht goede start bewijst op zichzelf geen pubstomping.
Salt / salty
Frustratie over een kaart, zet of spelverloop. Een “salt score” weerspiegelt de meningen van een bepaalde groep deelnemers, niet een officiële regel of universeel oordeel over welke kaarten je mag spelen.
Spike, Johnny/Jenny en Timmy/Tammy
Wizards’ namen voor verschillende speelmotivaties: uitdaging en meesterschap bij Spike, creatieve zelfexpressie bij Johnny/Jenny, en de beleving bij Timmy/Tammy. Het zijn geen ranglijsten van goede en slechte spelers; motivaties kunnen overlappen.
Table talk
Het bespreken, onderhandelen en overtuigen tijdens een potje, vooral in multiplayer. Bijvoorbeeld afspreken iemand één beurt niet aan te vallen. Zeg duidelijk wat je bedoelt: zulke afspraken zijn geen kaarttekst die automatisch door spelregels wordt afgedwongen.
Value town
Een speelse uitdrukking voor een situatie waarin je deck steeds extra opbrengst genereert: kaarten, tokens, mana of andere voordelen. Veel value hebben betekent nog niet automatisch dat je ook een manier hebt om te winnen.
Terug naar de alfabetische index
Waarom gebruiken spelers zoveel Engels?
Magic verschijnt in meerdere talen, maar in Nederlandstalige gesprekken blijven Engelse kaartnamen en termen veel in gebruik. Dat sluit aan op Engelstalige kaarten, decklijsten, video’s en databases. Met “removal” of “ramp” kun je daardoor ook buiten je eigen speeltafel gemakkelijk informatie vinden.
Dat betekent niet dat je alles in het Engels moet zeggen. “Een kaart trekken”, “schade doen” of “doelwit” zijn prima duidelijke woorden. Bij twijfel helpt het om de kaarttekst erbij te pakken en te vragen wat iemand precies bedoelt.
Tip van SpellArmory
Een onbekende term horen is geen probleem. Vraag om een voorbeeld: “Welke kaart bedoel je?” of “Wat gebeurt er dan precies?” Mis je een woord in deze lijst? Stuur me gerust een berichtje.
Van woorden naar spelen
Bekijk de decks, boosters en accessoires bij SpellArmory en kies wat bij jouw manier van spelen past.
Verder lezen
- Magic: The Gathering leren spelen
- MTG-keywords: van flying tot ward
- Deck-archetypes uitgelegd
- Commander (EDH) uitgelegd
Bronnen en toelichting
Regeltermen zijn gecontroleerd aan de hand van Wizards’ regels en toernooidocumenten. Slang heeft niet altijd één officiële definitie: deze gids beschrijft gangbaar gebruik en benoemt waar de context verschil maakt.
- Wizards — Comprehensive Rules: onder meer mulligans, spelzones, targets, resolven, sacrifice en mill.
- Wizards — Level One: Glossary of Terms: strategische begrippen zoals tempo, card advantage en chump block.
- Wizards — Common Keywords: basisbegrippen en kaartkeywords.
- Wizards — Commander: het format, brackets en Game Changers.
- WPN — Magic Tournament Rules: toegestane kaarten en de specifieke regels voor proxies, vooral secties 3.3–3.4.
- Wizards — Official Reprint Policy: Reserved List en de reikwijdte van het beleid.
- Wizards — What Are Play Boosters?: historische uitleg over The List en de overgang van boostertypen.
- Wizards — The Three Magic Psychographics: Timmy/Tammy, Johnny/Jenny en Spike.
- WPN — Friday Night Magic en Wizards — Prerelease: officiële evenementinformatie.
- PSA — Grading Standards: een voorbeeld van een professionele beoordelingsschaal.